Als ik boer zou zijn

Afgelopen week mocht Wim Coenraadts een dag meelopen op het boerenbedrijf van Johan Bakermans, hoeder van dik 2700 varkens (van 25 kg tot 125 kg) en enkele hectares landbouwgrond in Heeze-Leende. Een eerlijke, toekomstgerichte harde werker, die uitvogelt hoe hij de stap naar Beter Leven 1 ster kan maken.

De vlog die Johan van de dag heeft gemaakt is inmiddels dik 30.000 keer bekeken en roept honderden positieve reacties op.

In een poging wat van mijn stage te leren schrijf ik deze post vanuit het perspectief van mijn gastheer. Ofwel, met de kennis die ik in mijn werkzame leven heb opgedaan, probeer ik een impressie te geven van wat deze dag mij heeft geleerd.

Onbevangen

Als ik op de eerste mooie lentedag in mei het Ven inrijd ontwaar ik al snel links, in de schaduw van wat bomen, de boerderij van Johan en z’n ouders. Drie stallen, mooi op een rij, met het woonhuis-en-erf ervoor omringd met twee mooie beuken en een streep halfoude eiken.

Onderweg heb ik me voorgenomen onbevangen de dag in te gaan. Als bezoeker neem ik natuurlijk een set oordelen en vooroordelen mee. Gevoed door menig politiek-bestuurlijke discussie in het provinciehuis, maar nog meer door de talrijke gesprekken die ik zelf de afgelopen jaren heb gevoerd; met boeren, met ketenspelers en met zogeheten experts, op wat voor agrogerelateerd vlak dan ook.

Wim aan het werk bij Johan.

Al deze zaken kleuren m’n opvattingen. Niemand is objectief, weet ik uit m’n studie (geschiedenis) en 20 jaar journalistiek; je kunt hooguit neutraliteit betrachten. Alleen al je daarvan bewust te zijn helpt een ander (beter) te begrijpen.

Begrip

Zulk verlangen naar (meer) begrip was reden voor jonge Brabantse boeren (BAJK) en FoodUp! om wederzijds stagedagen te organiseren. Nuttig voor ambtenaren, zodat zij beter beseffen wat boeren moeten doen en laten om hun bedrijf structureel-rendabel draaiende te houden. Leerzaam voor boeren, omdat het inzicht geeft dat de productie van regels en richtlijnen geen hobby is van overheidsdienders, maar een vertaling van wat er in de samenleving leeft of wat die samenleving zorgen baart.

Van die maatschappelijke zorg zijn in relatie tot de landbouw en veeteelt voldoende voorbeelden te geven: zorg over de kwaliteit van de leefomgeving (fijnstof, stikstofdeposities, biodiversiteit), dierenwelzijn, volksgezondheid en de kwaliteit van ons eten. Als hoeder van de publieke zaak moet een overheid daar iets mee. En voor zover ik kan beoordelen doet de provincie Brabant (bestuurders, ambtenaren, politici) dat ook, naar eer en geweten. Met de beste intenties. Wat overigens niet betekent dat er uit haar koker geen besluiten komen die slecht vallen, pijn doen of boeren zelfs tot wanhoop drijven.

De rest van de keten

Zittend in de tractor – Johan gunt me zelfs het stuur – laat ik m’n gedachten gaan over dit spanningsveld. Ik kan me levendig voorstellen dat Johan mij, als vertegenwoordiger van de overheid, een lastpak vindt. Omdat ik het beleid vertegenwoordig waarmee hij in zijn dagelijkse bedrijfsvoering op z’n zachtst gezegd moeite heeft.

Wim en Johan op de Fendt.

Ik kijk naar links, zie Johan en we lachen elkaar toe. Mooie dag, zeggen we tegen elkaar, met veel vragen over en weer en de vaststelling hoe belangrijk het is dat dit gebeurt. Dat boer en ambtenaar elkaar persoonlijk vinden, op de bok van een Fendt 411.

Ik besef dat ik in m’n eentje niet de lucht kan laten opklaren voor deze jonge, ambitieuze boer. Johan begrijpt dat hij voor het voortbestaan van zijn bedrijf zich zal moeten voegen naar veranderende maatschappelijke normen die de overheid naar hem toe vertaalt. Maar daarbij vraagt hij ook ruimte om daar in bedrijfseconomische zin invulling aan te kunnen geven.

Wellicht zou het mooi zijn als voor het gunnen van die ruimte niet alleen naar de overheid wordt gekeken. Ik opper Johan – en daarmee zijn boerencollega’s – ook partijen verderop in de agrofoodketen eens scherper aan te spreken. Zitten die ook wel eens bij Johan op de bok? Om te ervaren dat hij zich veel inspanningen getroost om zijn licence to produce veilig te stellen. Door een duurzamere bedrijfsvoering, het organiseren van open dagen op zijn boerderij of als bouwplaats te fungeren voor een van de carnavalsverenigingen in het dorp. Transparantie, het verkleinen van kloof tussen producent en consument, dat soort dingen.

De laagste prijs

Maar wat heeft hij aan al die openheid als ondertussen de prijs voor het product dat hij voor ons eten levert hem nauwelijks spek op de botten bezorgt. Terwijl hij verwerkers en retailers wel fraaie winstcijfers ziet schrijven. Mag Johan van die ketenpartners niet verlangen hem wat meer economisch perspectief te gunnen? Deze vraag doet me denken aan een recente schets van Ellen Maureen Colpa, boerin in Frankrijk, onderaan een Foodlog-artikel (reactie #24).

“De positie van een boer is een lastige. (…) We doen alsof we nog in de eerste helft van de vorige eeuw leven waarbij de boer de markt opging met zijn waar en hij nog direct contact had met de consument. We leven echter anno 2018 waarbij misschien hooguit 15 procent nog in direct contact staat met de consument. De grootste afnemer van de agrarische sector is echter de levensmiddelenindustrie. De zuivelfabriek, de suikerfabriek, de aardappelfabriek, etc..”

Menig boer is volgens Ellen druk bezig consument en maatschappij te behagen (meer dierenwelzijn, minder antibiotica, oog voor landschap, authentieke producten) terwijl door zijn “echte klanten (ketenpartners – red.) hele andere eisen worden gesteld”, nl. leveren tegen de laagste prijs.

De boer heeft het gedaan

Inspanning, beloning en waardering beginnen hier uit elkaar te lopen. Zoals gezegd kan de boer zich hierin assertiever opstellen naar de keten. Maar ook ik als burger/consument zou hem daarbij kunnen helpen. In de Nederlandse context spreek ik – en mogelijk ook u – de levensmiddelenindustrie en retail zelden aan op de aantasting van de leefomgeving in, pak ‘m beet, Oost-Brabant. Als het gaat om de bedreiging op Kalimantan van oerwoud en orang oetan weten we grote spelers als Nestlé te vinden (zie onder), maar bij hoge fijnstofconcentraties in Brabant en de gevaren die dat voor de volksgezondheid met zich meebrengt heeft vooral de boer het gedaan.

Is dat niet een bekrompen voorstelling van zaken? Naar mijn idee is daar nog een wereld te winnen. Door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor ons eten, en alles wat daaraan vooraf gaat.

 

Biopic-Wim-Coenraadts-01 Wim Coenraadts

wim@foodupbrabant.nl

06 51 24 57 34

Public relations & marketing, strategie & positionering, nieuwe bedrijvigheid



Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.