Brabantse Kempen onderzoekt mobiel slachten

Verschillende partijen in de Brabantse Kempen gaan samen substantiële stappen zetten naar een natuurinclusieve agrarische, natuur- en economische gebiedsontwikkeling. Belangrijkste manier om dat te realiseren zijn aanvullende verdienmodellen. Zoals mobiel slachten, ter bevordering van eigenverkoop van vlees.

“Toen we voor de Kempen de partijen op een rij zetten die betrokken zijn bij landbouw, natuur en economische ontwikkeling constateerden we dat ze allemaal eigenlijk hetzelfde nastreven. Maar ook dat ze dat op een of andere manier niet op elkaar afgestemd krijgen”, vertelt Wim Coenraadts van de Landbouw Innovatie Campus Brabant, een van de initiatiefnemers. “Vanuit de LIC hebben we met weidevarkenshouder Ben Bruurs de handschoen opgepakt om die afstemming beter te krijgen. Die is naar onze mening nodig om voor boeren drempels naar een duurzamere, natuurinclusievere of meer circulaire bedrijfsvoering te verlagen.”

Gebiedsbenadering

De vijf partijen die in de Kempen nauw met elkaar gaan optrekken zijn, naast de LIC – een initiatief van de Provincie Noord-Brabant – en Ben Bruurs (Den Elshorst, Baarschot) het Waterschap Dommel, het Brabants Landschap en HAS Hogeschool.

“Als je wilt dat spelers bij gebieds- of landschapsontwikkeling samen effectiever worden, dan kun je het beste voor gebiedsbenadering kiezen”, aldus Coenraadts. “Daarmee doorbreek je het kijken vanuit vanuit één perspectief, zoals nog vaak gebeurt. Om denken vanuit een gebied goed te laten werken moet je partijen die daar actief zijn met elkaar verbinden. Niets nieuws, hoor ik je dan zeggen, maar aanvullend is het van belang dat ze ook in hun gedrag verantwoordelijkheid nemen voor te behalen succes.”

Voor Coenraadts en Bruurs doen niet alleen woorden, maar ook daden ertoe. “En die daden ontstaan wanneer er constant wordt geschakeld tussen ieders abstract strategie en de gezamenlijke uitvoering daarvan in projecten.”

De partijen zoeken met hun samenwerking waar mogelijk naar nieuwe initiatieven die boeren een steviger bedrijfseconomische basis geven en tegelijk de waarde van natuur en landschap in de Kempen versterken. Coenraadts: “Het is zoeken naar win-win-win. Het waterschap en Brabants Landschap hebben een natuuropgave, de provincie wil stapsgewijs toe naar een duurzamere, meer circulaire landbouw en recent heb je in het dagblad Trouw kunnen lezen dat veel boeren de komende 10 jaar de omslag naar duurzaam willen maken. Als je dan ook voor ogen houdt dat een boer alleen omschakelt als hij er een bestaan mee kan opbouwen, dan is het logisch om dat met alle betrokken spelers proberen waar te maken.”

Smaak en verhaal

De verwachting is dat de projecten die de partijen vanuit het Landschapsplan Kempen oppakken in eerste aanleg boeren met een kleinschaliger bedrijfsplan interesseren. Daarbij hoort ook dat ze scherper nadenken over hoe ze een eigen, onderscheidend product kunnen creëren voor een herkenbare markt, net zoals Ben Bruurs met zijn weidevarkens heeft gedaan. Coenraadts: ”Voor alle duidelijkheid, die herkenbare markt kan ook buiten de Kempen liggen, ver buiten de Kempen zelfs. Zo staan de varkens van Ben op de menukaart van het restaurant in het Rijksmuseum. Chef-kok Joris Bijendijk koopt deze varkens vanwege de smaak én het verhaal erachter.”

(lees verder onder de afbeelding)

Boerenfamilie bij het slachten van een varken. Adriaen van Ostade (1650-1654), collectie Rijksmuseum

Kortere, herkenbare vleesketen

De vijf deelnemers aan het Landschapsplan Kempen hebben deze week afgesproken voor een langere periode aan vernieuwende ideeën, projecten en samenwerkingsvormen te werken om aan hun ambities invulling te geven. Een van de punten die ze willen oppakken is kleinschalig, mobiel slachten. Voor kleinere veehouders met een eigenverkoop van het vlees (dus korte ketens) is het slachtproces een punt van zorg. De meeste slagers en verwerkers slachten niet meer zelf vanwege de zware regelgeving.

De veehouders moeten steeds verder rijden met hun dieren om ze te laten slachten en vervolgens weer ophalen. Zowel vanuit veterinair oogpunt en dierenwelzijn is dit ongewenst, en het drijft de kosten sterk op. Bruurs: “Het is nog te vroeg om de potentie van mobiel slachten in te schatten. Maar ik heb al wel van verschillende kanten gehoord: als dit kan, dan doe ik mee. Zelf moet ik een paar uur rijden om mijn dieren weg te brengen, idem voor de koelwagen die het vlees weer terug komt brengen. Dat op en neer rijden is net zo duur dan het slachten zelf.”

Verhaal onderbouwen

Voor Coenraadts is ook zo’n relatief klein aspect als het mobiele slachten relevant. “Wil je boeren meekrijgen in transitie, dan moet je ook een speelveld en een infrastructuur creëren die hun helpt te veranderen. Daarbij hoort ook mogelijk onnodige belemmeringen wegnemen.”

Dat nationale en Europese wet- en regelgeving op het gebied van voedselveiligheid en dierenwelzijn in de weg kunnen liggen, is dan geen reden om niet aan mobiel slachten te gaan werken. “Het pad van transities is bezaaid met wegversperringen met in dikke letters het opschrift ‘ja, maar’. Als het nodig is om in Den Bosch, Den Haag en Brussel aan de poort te morrelen, dan moet dat. Je zult wel met een goed verhaal moeten komen waarom aanpassing van de regels of uitzonderingen daarop nodig zijn. Met hoe meer relevante partijen – vaak directe stakeholders van overheden – je dat verhaal weet te onderbouwen, hoe moeilijker dat verhaal genegeerd kan worden. Daar gaan we aan werken. Klein beginnen en van daaruit verder bouwen.”

Studenten van de HAS Hogeschool deden eerder dit jaar onderzoek naar een manier om gebiedsgerichte samenwerking op te zetten in de Brabantse Kempen, als onderdeel van het project Natuurlijk Boeren. Bruurs was opdrachtgever van dit onderzoek.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.