Brabantse melk op maat

Melk van de ene koe is anders van samenstelling (en smaak!) dan van de andere koe. Zonde dat al die melk op een grote hoop belandt, vond Guus van Roessel uit Udenhout. Hij ontwikkelde zijn eigen merk melk. ‘Mijn Melk’ ligt inmiddels door heel Nederland in vier smaken in de schappen.

De melk die je in de supermarkt koopt is iedere dag hetzelfde; melk van heel veel boeren – en dus van nog meer koeien – die op één hoop zorgt voor een constant product.

Maar melk is niet gewoon maar melk en de ene koe is de andere niet. Sommige koeien geven melk met misschien wat meer eiwit, of juist meer vet. De ene koe houdt van vers gras, de ander eet liever binnen. Dat proef je: ‘Melk smaakt iedere dag anders.’

Guus van Roessel is boer (biologisch melkveebedrijf De Dobbelhoeve in Udenhout) maar werkt ook bij Lely, een bedrijf in de robotisering voor de melkveehouderij. Bij Lely kwam Guus in aanraking met melkverwerking. Interessant, vond hij, want het is eigenlijk zonde dat de melk waar jij zo trots op bent in de grote melktank belandt. Toen het idee eenmaal uitgekristalliseerd was zeiden collega’s: ‘Guus, jij hebt een bedrijf, waarom ga jij het niet gewoon doen?’

Guus van Roessel

Dat was twee jaar geleden. Inmiddels draait de Lely Orbiter bij Guus op het bedrijf: een melkverwerker die de melk van de melkrobot opvangt, verwerkt en in flessen stopt. Sterker: de melk van verschillende (groepjes) koeien apart houdt en apart verwerkt. Sinds kort ligt Mijn Melk bij de Albert Heijn door heel Nederland in vier verschillende smaken (‘koeienfamilies’) in de schappen.

Vertrouwen

Mijn Melk is de melk van Guus’ koeien en dat kan iedereen in de winkel lezen. En ja, dat is heel spannend. ‘Als de melkwagen komt ben ik nooit zenuwachtig maar toen de eerste flessen van Mijn Melk werden opgehaald heb ik wel slecht geslapen. Als mensen het maar lekker vinden, dacht ik. Maar ik ben er wel echt van overtuigd.’

Een goede innovatie begint met de juiste partners, overtuigingskracht en met vertrouwen. De CEO van Lely, Alexander van der Lely, geloofde in Mijn Melk, de provincie ook. Toen een subsidieaanvraag niet lukte creëerde Anco Sneep van FoodUp! Brabant meteen eigenaarschap voor Guus: ‘Daar krijg je dan wel vertrouwen van’, zegt Guus. ‘Vaak genoeg lukt het niet omdat je niet met de juiste mensen aan tafel zit. Dat is geen onwil. Maar als je de provincie belt en zegt: ik zoek iemand die iets wil met melk, dan kun je bovenin of helemaal onderin de organisatie terechtkomen.’

Mijn Melk is typisch zo’n innovatie die net niet binnen bestaande programma’s past. Terwijl het idee heel goed is, vindt Anco: nieuw, schaalbaar, ingestoken vanuit de consument maar wel gekoppeld aan de markt. Toch redt een goed idee het niet altijd op eigen kracht. Anco: ‘Guus moet heel veel risico’s nemen. Het financiële systeem is niet op dit soort initiatieven ingericht, omdat een ondernemer zich eerst moet bewijzen. Financiering en de vraag uit de markt gaan niet in een gelijk tempo. Daarop blijft veel steken.’

Albert Heijn of korte keten?

Mijn Melk is typisch een concept dat heel goed past in de korte keten, met lokale afzet Waarom ligt het toch in de grote supermarkt? Je hebt toch een bepaald volume nodig, denkt Anco. ‘En Albert Heijn kent de consument goed.’

Guus bekijkt het vooral heel nuchter: ‘Ik heb één miljoen liter melk. Daarmee kan ik heel Tilburg van melk voorzien. Dat is niet realistisch.’ Als het met Mijn Melk goed loopt kun je bovendien weer terug naar regionaliteit, denkt hij, met een boer in Groningen, een boer in de Achterhoek. Of je gaat je op bepaalde doelgroepen richten. Natuurlijk zit er een grens aan het aantal keuzes dat je een consument kunt voorschotelen. ‘Maar mensen kijken wel steeds bewuster naar wat ze eten, en ook gepersonaliseerd voedsel is een trend.’

Goed van start

Er is veel belangstelling van collega’s in binnen en buitenland: boeren die het anders doen, zich positioneren en er niets van terugzien in de melkprijs. Guus: ‘Ik had gehoopt dat het succesvol zou zijn, maar dit is overweldigend.’ Ook de verkoop gaat goed, in ieder geval ruim boven de verwachtingen van Albert Heijn. Mijn Melk blijft natuurlijk een hele kleine speler, zegt Guus, en het is hard werken om te zorgen dat mensen blijven kopen. ‘Mensen kopen als ze je verpakking mooi vinden. Pas in tweede instantie lezen ze het verhaal en blijven ze hopelijk terugkomen.’

Als het gaat zoals Guus hoopt, heeft hij de investering in drie tot vijf jaar terugverdiend. In de agrarische sector is vijftien jaar niet ongewoon. Heel redelijk dus, concludeert hij. De volgende stap? ‘Geen idee. Het is allemaal zo snel gegaan. En de Albert Heijn vraagt nu al om meer. Ik ben nog wel benieuwd wat we nog meer met verschillende soorten melk kunnen maken.’

Trots

Hoe bevalt de nieuwe rol als zuivelaar? ‘Die is wel totaal anders dan ik gewend ben. Ik was altijd scherp naar de grote coöperaties, maar verzuivelen en grote hoeveelheden melk verkopen is wel echt een vak apart. Boeren zijn soms best makkelijk, dat heb je ook nodig om flexibel te kunnen zijn. Maar dat werkt niet als je iets voor consumenten maakt. Dan werk je aan kwaliteit en kun je niet de hoekjes afsnijden. Dat is wel een groot inzicht’, aldus Guus.

Op de vraag wanneer hij tevreden is, blijft het even stil. ‘Dat heb ik nog niet zo scherp, en als je het economisch gaat uitdrukken wordt het al snel plat. Ik ben nu al trots, maar het is echt een succes als mensen zeggen: jeetje, dit is de melk die ik vroeger bij opa en oma dronk, het is echt lekker. En wat ik ook leuk vind: er is toch een soort steen in de rivier gelegd. Zuivelland begint een beetje te veranderen.’

Lees meer op mijnmelk.nl

Foto’s: Lely

Reportage Omroep Brabant (29 augustus 2018)

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.