Eten uit het lab

Een gebouw vol lagen groenten en kruiden, die precies zoveel licht, water en voedingsstoffen krijgen als ze nodig hebben. Volledig gecontroleerd, zonder bestrijdingsmiddelen en ook nog eens dichtbij huis. Eten uit het lab, ofwel verticale landbouw, wint over de hele wereld rap aan populariteit. En in Nederland?

Over de hele wereld steekt verticale landbouw de kop op. In Singapore bijvoorbeeld, dat nauwelijks eigen landbouwgrond heeft, of in Japan, waar verticale landbouw sinds de nucleaire ramp van 2011 voor veilig voedsel zorgt. Vorige maand opende het bedrijf AeroFarms in Amerika de grootste ‘indoor boerderij’ van de wereld, met de capaciteit om per jaar bijna een miljoen kilo aan bladgroenten en kruiden te produceren.

Eten uit het lab

Eten uit het lab, bron: Pixabay.com

Hoge productie

Verticale landbouw is groente telen in gebouwen zonder daglicht. Niet boeren maar plantenwetenschappers en ingenieurs draaien aan de knoppen. In een gesloten systeem zorgen zij ervoor dat planten precies krijgen wat ze nodig hebben. Na 12 dagen kun je al oogsten, volgens AeroFarms; in de traditionele landbouw duurt dat 45 dagen. En omdat je jaarrond kunt telen, ben je tot 75 keer zo productief, meent het bedrijf.

Kasteelt onvervangbaar

“Zoals ik het zie, past verticale landbouw in de ontwikkeling van de kasteelt van de afgelopen honderd jaar: we begonnen buiten, gingen toen in kassen werken, en dat hebben we verder geoptimaliseerd.” Dat verklaart ook waarom verticale landbouw in Nederland maar langzaam in opkomst is, meent Leo Marcelis, hoogleraar Tuinbouw en Productfysiologie van Wageningen UR. “Het zal nooit onze kasteelt vervangen, die is gewoon heel efficiënt. Bovendien is het vooral interessant voor de sterk verstedelijkte gebieden, de miljoenensteden.”

Voedselproblemen opgelost?

Of het een rol gaat spelen in de wereldvoedselvoorziening, zoals sommigen beweren, durft Marcelis te betwijfelen. “De productie van verticale landbouw is hoger, vooral ook omdat je in heel veel lagen boven elkaar kunt telen. Maar het is een vrij duur systeem, en niet rendabel om granen en mais in te telen. Die gewassen zullen belangrijk blijven om de wereld te kunnen voeden.”

Speciale producten

Uiteindelijk ziet hij voor verticale landbouw in Nederland overigens wel degelijk een rol weggelegd. “Maar dan niet voor de bulk, maar voor producten met een toegevoegde waarde. In verticale landbouw kun je producten beter maken, omdat je alle factoren volledig kunt beheersen. Je kunt beter op kwaliteit sturen en die garanderen, het hele jaar door. Gezondheidsbevorderende of smaakstoffen bevorderen bijvoorbeeld. En ik verwacht dat het in Nederland ook wel als marketingconcept zal worden gebruikt. Dat je in een restaurant groente krijgt voorgeschoteld die in de kelder zijn gekweekt.”

Bronnen:
theinstitute.ieee.org
brabantse-agrofood2020.nl

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.