Insectenkweek als alternatief

Kan het telen van insecten een breed alternatief bieden voor boeren die willen stoppen met hun intensieve veehouderij of opvolgers zoeken? Met die vraag is de Landbouw Innovatie Campus van FoodUp! Brabant op pad. ‘De vraag naar insecten is niet het probleem’, aldus Marian Peters van New Generation Nutrition (NGN). ‘De uitdagingen liggen vooral bij het kweken van een kwaliteitsproduct, opslag en logistiek.’

NGN kreeg onlangs een POP3-subsidie (EU-regeling voor plattelandsontwikkeling) om twintig agrariërs mee te nemen in een leertraject met praktische begeleiding voor insectenkweek. ‘We gaan daarmee een slinger geven aan de insectenteelt in Brabant’, zegt Marian Peters van NGN. Het Bossche bedrijf combineert kennisoverdracht en R&D-activiteiten met de productie van diervoerders met insecten.

Groei

Nederland kent inmiddels een beperkt maar groeiend aantal bedrijven dat insecten kweekt, waaronder in Brabant, en ook de schaal van de bedrijven groeit. In het kader van de eiwittransitie is de opkomst van insectenkweek een interessante ontwikkeling. Inzet van de transitie is het vinden van duurzamere alternatieven voor de productie van vlees, zuivel en diervoeders met hoogwaardige eiwitten. Belangrijk daarbij is diversiteit in productie, om tegemoet te komen aan specifieke behoeften van voerleveranciers en consumenten.

Maar daarnaast speelt nog iets anders, aldus Wim Coenraadts van de Landbouw Innovatie Campus van FoodUp! Brabant. Gemeenten met veel intensieve veehouderijen zijn bang dat de komende jaren veel van deze bedrijven gaan stoppen wegens gebrek aan perspectief. Dat betekent een verlies aan economische activiteit in de gemeente, dreigende leegstand en, op termijn, het gevaar van leegloop en verloedering. Daarnaast kunnen stoppende boeren juist verdere schaalvergroting in de hand werken bij overblijvende bedrijven, een ontwikkeling die gemeenten – maar ook de provincie – niet wil. Een alternatief is dus sociaaleconomisch zeer welkom om de regio sterk en leefbaar te houden.

Creativiteit organiseren

Een goede infrastructuur of ecosysteem voor de productie van insecten ontbreekt nog. Zo’n ecosysteem bestaat uit werkbare regelgeving, kennis van productie, logistiek en productontwikkeling. Die ingrediënten zijn in de basis in Brabant aanwezig, bijvoorbeeld met Helicon en de HAS en een bedrijf als NGN en andere producenten. ‘We moeten nu vooral tempo ontwikkelen, creativiteit organiseren en werken aan praktische samenwerkingen’, aldus Coenraadts. ‘Bijvoorbeeld door de kennis en ervaring van individuele boeren te gebruiken die in het verleden innovatief bezig zijn geweest met de ontwikkeling van stalsystemen, die durven ontdekken wat wel en niet werkt en vervolgens aanpassingen plegen. Zulke dynamiek is nodig om te zorgen dat meer boeren insecten gaan kweken en de productie zich verbreedt, en dat dit gelijk oploopt met productontwikkeling en marketing.’

Meelwormen (foto: Jaap Stronks, CC BY-SA 2.0)

Productie opschroeven

Coenraadts besprak de inzet op insecten kweken onlangs met de Raad van Inspiratie van FoodUp!/Landbouw Innovatie Campus en had in aanloop daar naartoe contact met Peters. Die is enthousiast. Volgens Peters is de vraag naar insecten niet het probleem. ‘Er is sowieso veel vraag in het buitenland en in nichemarkten. Belangrijk is dat we de markt vergroten en elkaar niet verdringen in de bestaande markt. We moeten vooral de productie opschroeven – meer volume halen met meer kwekers – en kwaliteit borgen. Dankzij de POP3-subsidie kunnen we nu een stap gaan zetten en insectenkweek ontwikkelen als nieuw verdienmodel. Dan kun je ook het centrum van de handel worden, waar de verwerking op volgt. Voor de meeste kwekers is het ontwikkelen van toepassingen een brug te ver, dat vraagt weer andere ondernemers.’

Puzzel leggen

De belangrijkste nog te nemen hordes zijn opslag en logistiek, en een kwaliteitskeurmerk, aldus Peters. Ook het vergunningenstelsel is nog niet toegerust op insectenkwekerijen. ‘In goede, praktische samenwerking kunnen we al deze puzzelstukken gaan leggen en een ecosysteem voor insectenkweek creëren.’

Peters geeft tot slot regelmatig trendcolleges voor mensen die willen weten of de insectensector iets voor hen is. Via de NGN-website kun je je vast aanmelden voor een volgende editie.

 

De Raad voor dieraangelegenheden inventariseerde vorig jaar de maatschappelijke vragen rond insectenkweek. Voor de uitkomsten, zie het rapport ‘De ontpopping van de insectensector. Ongewervelden als productiedier’.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.