(foto: Henri van den Boomen (l) en Kees Scheepens)

In zo’n tien bijeenkomsten zijn zes (later vijf) innovatieve boeren in de periode najaar 2017 – voorjaar 2018 flink de diepte ingegaan. Ze zijn van verschillende leeftijden, komen uit verschillende sectoren, maar hebben met elkaar gemeen dat ze het anders willen. Lid van de groep zijn ook een bedrijfseconomisch adviseur en een procesbegeleider, en niet te vergeten de social designer Tabo Goudswaard. Hij is een Amsterdammer, maar voelt zich prima thuis tussen de Brabantse boeren. Hij neemt ook elke keer de net afgestudeerde designstudent Fides Lapidaire mee.

Omgeving niet zo verandergezind

Veranderen is altijd spannend, en zeker voor een boer die vaak zit op een plek waar al generatieslang geboerd wordt. Ze hebben een enorm netwerk van familie, vrienden, maar ook erfbetreders als veevoeradviseurs, de bank en de veearts. Daar ondervindt een boer veel steun van, maar tegelijkertijd is dit netwerk vaak niet zo verandergezind. Boeren die het anders willen doen, voelen zich daar vaak zeer door belemmerd. Daarom werkt deze groep zo goed, omdat boeren dat onderling van elkaar snappen. En elkaar ondanks een sceptische omgeving kunnen steunen in hun veranderproces.

Vrouwen erbij

De wilde ideeën uit de eerdere ‘design thinking’-sessies vormen een mooie start van een langdurige gezamenlijk brainstorm. Na een paar sessies besluit de groep dat hun vrouwen ook mee moeten doen. “Ik ben na een bijeenkomst zo vol van inspiratie en de drang om te veranderen”, legt een van de boeren uit, “maar als ik het dan thuis in bed probeer uit te leggen aan mijn vrouw, komt dat niet echt over. Volgens mij moeten we ze er intensiever bij betrekken.” Aldus gebeurt, ook de vrouwen sluiten aan.

Diepste drijfveren

Tijdens het traject gaan de boeren flink de diepte in, vertelt procesbegeleider Huub Dormans. “We dachten eerst dat we het vooral over de economische aanpak zouden hebben. Maar we kwamen er al snel achter dat het over het leven van de boerengezinnen gaat, en zeker ook over hun sociaal-emotionele proces. We moeten onze angsten kunnen delen en elkaar vertrouwen. Daarom hebben we een hele sessie gewijd aan de diepste drijfveren van de boerenbedrijven. Wie ben je, wat houdt je bezig, waar zit je mee, wat zit je dwars? Dat was best pittig, om daar voor jezelf over na te denken en dat uit te spreken. Maar uiteindelijk gaf iedereen zich bloot, kregen we hele levensverhalen te horen en vloeiden er tranen. De provincie vroeg zich af waar we mee bezig waren, het was niet de bedoeling om er een therapiesessie van te maken! Maar achteraf kan ik alleen maar concluderen dat het een gouden greep is geweest. Het schept een enorme vertrouwensband, en we konden grote emotionele stappen zetten.”

Sindsdien noemt de groep zichzelf de Fides Farmily – fides is Latijn voor vertrouwen. Met Brabants landbouwgedeputeerde Anne-Marie Spierings als peettante. Ze steunen elkaar, en dat is heel belangrijk in een sceptische omgeving, die de boeren soms voor gek verklaart. Uitgangspunt is dat je beter zelf verandering in gang kunt zetten, dan dat je wacht tot de markt (of erger nog, de bank) je ertoe dwingt. Als je het zelf in de hand hebt, kun je er 5 tot 10 jaar de tijd voor nemen. Als de markt je ergens toe dwingt, moet je je in 1 of 2 jaar bewijzen, en de kans dat het lukt is dan veel kleiner.

Tot welke plannen zijn de boeren tot nu toe gekomen?

  • Boer 1, houder van buitenvarkens, en gepromoveerd veearts, is als ‘varkensfluisteraar’ internationaal bekend. Zijn biologische topvlees wordt verkocht in Duitsland en Japan, en zijn boek ‘De Varkensfluisteraar’ is in 40 talen vertaald. Maar in Brabant kent bijna niemand hem, of vinden ze hem maar ‘apart’. In deze groep vindt hij steun om te focussen op die export en om uiteindelijk volledig circulair te zijn.
  • Boer 2, melkveehouder, wil omschakelen naar waterbuffels. Er is al een handjevol waterbuffelhouders in Nederland, en er is veel vraag naar buffelmelk om daar echte ‘mozzarella di bufala’ van te maken. Maar buffels zijn wat wilder dan melkkoeien, dus die omschakeling gaat niet zomaar. En de omgeving staat er nog niet echt voor open.
  • Boer 3 heeft een zeugenbedrijf en fokt biggen die dan naar opfokbedrijven gaan. Hij heeft het gevoel dat zijn bedrijf in een kwaad daglicht staat. Met een designer bedacht hij het ‘paté-café’, waar hij de lekkerste paté wil verkopen. In deze groep werkt hij dit verder uit tot een concept dat economisch haalbaar is.
  • Boer 4 is een jonge pootaardappelteler, maar weet dat de kleine aardappaltjes in een bepaalde tijd van het jaar op hun allerlekkerst zijn. Hij wil experimenteren met rassen, grondsoorten en smaak en dan topaardappelen gaan leveren aan toprestaurants.
  • Boer 5 is afgestudeerd in Wageningen en wil samen met zijn broer het melkveebedrijf van hun ouders overnemen. Maar dat is niet groot genoeg voor twee gezinnen. Daarom wil hij biologisch Black Angus vleesvee in natuurgebieden gaan houden. Van collega-groepslid de ‘varkensfluisteraar’ leert hij veel over marketing en smaak.
  • Boer 6, biologisch melkgeitenhouder, heeft twee ideeën. Hij werkt aan de vermarkting van zijn bokjes, om ze op de kaart te krijgen. Het andere plan is om met zijn geiten ‘rustplaatsen’ te creëren voor de gestresste werker van tegenwoordig.