meelwormenteelt joland theo derix asten

Jolanda Derix en haar man Theo (foto boven) zijn nu een jaar de meelwormenteelt aan het ontdekken. Een dure, tijdrovende hobby noemt Jolanda het. Maar ook een die energie geeft. ‘Er zijn nog hobbels te nemen, maar we denken dat er voor ons wel toekomst in de meelwormensector zit.’

Het leek Jolanda Derix uit Asten in eerste instantie maar niks, het telen van insecten; enge wriemelbeestjes. ‘Maar we moesten iets met onze stallen waar voorheen kalkoenen liepen. Vanwege de noodzaak tot een voedseltransitie zijn we er daarom op een gegeven moment toch serieus naar gaan kijken.’

Proberen

Bij de insectenteelt bleek meer te komen kijken dan het houden van de beestjes. Het is moeilijk, maar biedt ook kansen, concludeerde ze daarop samen met haar man. Na een trendcollege over insecten besloten ze het eerst eens op kleine schaal te proberen, bij wijze van experiment. Theo is erg handig en werkzaam als machinebouwer en productieprocesverbeteraar. Dat gaf de doorslag om er samen aan te beginnen. ‘Maar wel een beetje professioneel, omdat je er anders het gevoel niet bij krijgt’, zegt Jolanda.

Eigenhandig bouwde Theo een diepvrieskist omgebouwd tot klimaatkastje. Met een eerste bakje meelwormen begon het kweken van de torren om zo weer een nieuwe generatie meelwormen te krijgen.


Naast meelwormen worden in Nederland ook andere insecten geteeld. Jolanda over haar keus voor meelwormen:

        • Zwarte soldatenvlieg: ‘Die gaan vooral in diervoeders. Ik vond ze stinken, bovendien vliegen ze.’
        • Krekel: ‘Nogal arbeidsintensief, begreep ik.’
        • Sprinkhaan: ‘Ook arbeidsintensief.’
        • Buffaloworm: ‘Heeft een nog kortere cyclus dan meelworm, wordt ook in bakjes geteeld.’
        • Meelworm: ‘De meeltor vond ik niet eng. En de teelt stinkt niet. Deze paste wel bij ons.’

Gevoel en ervaring

De dieren zitten in de stal in afgesloten cellen, vertelt Jolanda. ‘Het ruikt amper, heel anders dan bij kalkoen. En wat je wel ruikt, geeft informatie. Een wat zurige lucht vertelt me inmiddels dat ze iets te veel voer hebben gehad, waar je vervolgens weer op kunt sturen. Daar heb je feeling voor nodig; een computer kan je dat nog niet vertellen.

Dat ze ervaring heeft met het houden van dieren is absoluut een pré, zegt Jolanda. Ze is daardoor gewend naar de dieren te kijken en haar gevoel te gebruiken. ‘De meeltorren zitten het liefs in het donker. Doe je het licht aan dan bewegen ze, hun natuurlijke gedrag is om dan ergens onder te kruipen. Aan de manier waarop ze in de bak zitten kan ik zien of het goed gaat, of ze zich prettig voelden voordat het licht aanging.’ Wie ervaring heeft in de zorg of met hobbydieren zal herkennen wat ze bedoelt met het belang van kijken en voelen.

“Je moet zelf creatief en innovatief zijn, en samen de schouders eronder willen zetten”

Daarnaast vraagt de teelt dagelijks aandacht. ‘Een boer vindt dat logisch, die baalt niet als hij er ook in het weekend en in vakanties mee bezig moet zijn. Nieuwkomers zullen daar waarschijnlijk veel meer moeite mee hebben.’

meelwormenteelt aquacultuur meerval
Meerval is een van de vissoorten die in Nederland gekweekt worden.

Afzet

Over de afzet hebben ze wel zo hun twijfels. Insectenkweker NGN stelt dat de markt nog lang niet verzadigd is en de prijzen goed zullen blijven. ‘De meelwormen worden nu echter in bakjes van twee kilo levend en wel het hele land door gereden voordat ze bij een verwerker komen’, zegt Jolanda. ‘Daarnaast gaat bijna alle productie nog naar huis- en hobbydieren en aquacultuur. Dan ben je slechts de zoveelste producent en dus concurrent.’

‘Ik heb dit jaar aan de Voedsel 1000 meegedaan’, vertelt Jolanda, ‘en daar met veel mensen gesproken en diverse cursussen gedaan. Dat leerde me dat grote bedrijven geïnteresseerd zijn in de eiwittransitie, maar dat we daarvoor wel naar grotere aantallen moeten en andere manieren van vervoer. En wat als het heet is? Wij dachten daarom: er moet iets vooraf gaan aan dat transport.’ Zo kwamen ze ook op het idee van de pasteurisatie.

Lees meer over productontwikkeling in ons eerdere bericht: Meelwormen in plaats van kalkoen.

In Wim Coenraadts van de Landbouw Innovatie Campus van FoodUp! Brabant ontmoetten ze een enthousiasme meedenker. ‘Wij willen het werk wel doen en creatief zijn, hij helpt belangrijke deuren open te krijgen. Vooralsnog is het een dure hobby die veel tijd kost, maar we hebben ander werk waardoor we dit kunnen doen.’

Overstappen

Davarkenshouderij meelwormenteeltarom is een laagdrempelig kenniscentrum ook zo belangrijk. ‘Een varkenshouder die overweegt of hij met varkens wil stoppen, heeft geen idee over de afzet van insecten en over hoe je de periode overbrugt tussen het laatste varken en de eerste grote verkopen van insecten. Hoe overleef je zo’n periode zonder baan, waarin je wel moet investeren?’ Ze denkt dat zo’n boer geholpen is met afzetmogelijkheden, informatie over welke acties hij kan ondernemen en wie zijn insecten dan afneemt, op basis van een vaste opbrengst per kilo. ‘Want dan is het aan de kunsten van de ondernemer om zoveel mogelijk kilo’s uit zijn dieren te gaan halen. Boeren hebben prikkels nodig om zorgvuldig met hun dieren om te gaan en begeleiding bij hoe dat te doen.’

Jolanda en Theo hebben zelf veel hulp gehad van kweekdeskundige Mark van de Ven uit Asten. Wellicht kunnen ze in toekomst ook zelf beginnende ondernemers in de meelwormensector helpen, zegt Jolanda. Heel praktisch, door langs te gaan op hun bedrijf. ‘Als je start heb je iemand nodig die meekijkt op je bedrijf, waar je ter plekke vragen aan kan stellen en waarmee je kunt sparren.’ De sector is nu nog heel gesloten, vindt ze. Met meer afzetmogelijkheden, ontstaat ook daardoor ruimte voor ontwikkeling.

Eiwittransitie

Die markt – buiten die voor visvoer en andere diervoeders – gaat er volgens Jolanda ook wel komen. ‘Soja levert ook belangrijke eiwitten, maar heeft toch niet dezelfde eigenschappen en samenstelling als dierlijke eiwitten. We moeten wel leren uit het verleden. Ik zou bijvoorbeeld graag meer willen weten over de milieubelasting van meelwormenteelt.’

Als je niet creatief en innovatief bent, ga je het in deze nichemarkt niet redden, weet Jolanda inmiddels. ‘Dat moet je wel in je hebben. Het blijft lastig om informatie te krijgen. Je moet er echt samen de schouders onder willen zetten. Bovendien is de kweektechniek de afgelopen vijftien jaar niet veranderd. Op zich prima, maar dat gebeurt in geen enkele andere sector. Daar zit ook ontwikkelmogelijkheid. Het zal ook wel moeten. Op deze manier blijft het bij een paar duizend kilo kweken. Maar daarmee sla je geen deuk in een pakje boter, die eiwittransitie bereik je daar niet mee. Je moet het wel leuk vinden om je daarmee bezig te houden.’

Energie

Zelf krijgt ze er nog steeds energie van. ‘We kijken wel hoe het gaat. We hebben de ruimte, allebei een baan, krijgen veel medewerking van het bedrijf waar mijn man werkt, er zijn mensen die met ons meedenken. Er zijn nog de nodige hobbels te nemen. Maar toch denk ik dat er wel toekomst in deze sector zit’, besluit Jolanda.