Mobiel slachten. Veehouders zien er om verschillende redenen de voordelen in. Varkenshouder Ben Bruurs is met collega’s uit de regio bezig dit gezamelijk vorm te geven, met steun van de Landbouw Innovatie Campus.

Dat varkenshouders interesse hebben in mobiele slacht, komt ten eerste doordat er slachthuizen stoppen. Ze hebben daardoor steeds minder keuze en de afstanden worden steeds groter. Zeker als het gaat om een paar dieren per keer tikt dat aan. ‘De logistiek kost me nu net zoveel als het slachten zelf’, aldus Bruurs. Zelfs als het mobiel slachten twee keer zo duur uit, is hij dus per saldo nog net zo duur uit.

Binnen de regio

Mobiel slachten helpt ook voedselverspilling tegengaan. Dieren die kreupel zijn mogen niet vervoerd worden. Maar met hun vlees is dan echter helemaal niets aan de hand. Met een mobiele slachterij kunnen ze alsnog tot voedsel gaan dienen, in plaats van geëuthanaseerd en vervolgens afgevoerd. Ook als door een uitbraak van een besmettelijk dierziekte het vervoer preventief aan banden wordt gelegd, scheelt het. Een mobiele slachter kan dan zonder extra risico’s zijn werk blijven doen binnen een regio (compartiment).

Elkaar leren kennen

De groep is inmiddels een eind gevorderd met elkaar en elkaar wensen verkennen. Dat is heel belangrijk, zo’n basis, want niet iedere boer vindt hetzelfde belangrijk in het slachtproces. Voor de een geeft dierenwelzijn de doorslag, voor de ander is een vaste slachtdag belangrijk. Zo proberen ze samen tot een model en een begroting te komen. Dat laatste is nog best moeilijk, omdat er nog veel onzekerheden zijn, aldus Bruurs.

Rijpen

Een slachter is inmiddels ook in beeld. En zo rijpt het plan gestaag door. Als de groep er klaar voor is, is een volgende stap een testfase en het meekrijgen van de NVWA.

Lees ook het eerder bericht: Brabantse Kempen onderzoekt mobiel slachten