Landbouw Innovatie Campus

In de toekomst hebben we boeren nodig die innovatief en duurzaam zijn, oog hebben voor hun omgeving en daar zelf ook een goed belegde boterham aan weten over te houden. De Landbouw Innovatie Campus, een initiatief van FoodUp! Brabant, helpt boeren de weg naar morgen te vinden.

Lees meer

Foodup is initiatiefnemer en trekker van dit traject.

 

Biopic-Pieter-de-Boer-01 Pieter de Boer

pdboer@brabant.nl

06 52 79 40 15

Agri meets design, Innovatie Internationalisering

Sluiten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


  • Doehetzelfkip in de Volkskrant

    Gisteren stond onze Doehetzelfkip op de voorpagina van de Volkskrant. Een mooie afsluitende reportage over de essentie van het project: hoe gaan we met ons vlees om en wat is ons dat waard?

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Doehetzelfkip: de betekenis van vlees

    De Doe-het-zelf-kip heeft de afgelopen maanden veel losgemaakt. Zes huishoudens brachten zelf vleeskuikens groot en slachtten de dieren onder begeleiding van een expert. De belangrijkste opbrengst: vlees van een zelf grootgebracht dier heeft meer betekenis. De uitdaging is nu om die betekenis in meerwaarde voor boeren om te zetten.

    In Brabant worden jaarlijks miljoenen vleeskippen opgefokt en geslacht. Waar dat vroeger kleinschalig, op het eigen erf gebeurde, is dat nu veel omvangrijker en onzichtbaar. Met de doehetzelfkip onderzocht de Landbouw Innovatie Campus of de consumenten opnieuw verantwoordelijkheid konden nemen voor het productieproces. Hoe zou iemand dat dan organiseren? Verkleint dit de afstand tussen producent en consument werkelijk en ontstaat er meer waardering voor het product en het productieproces?

    Voor het project lieten zes huishoudens in een broedmachine elk drie eieren uitbroedden. Ze brachten de achttien 18 vleeskuikens zelf groot en slachtten de dieren onder begeleiding van een expert. De komende weken eten ze hun kippen op: ‘Op een speciaal moment, want dat verdient zo’n stuk vlees’, aldus een van de deelnemers. Op 27 juni blikten deelnemers, consumenten, boeren, overheid en de initiatiefnemers terug op een bewogen twaalf weken.

    Iets bijzonders van maken

    Manon Bertens was een van de deelnemers. ‘Ik ben me toch wel echt gaan hechten aan de kippen, maar dat vind ik eigenlijk wel mooi. Ik heb ze ingevroren om er straks een heel leuk diner voor vrienden mee te maken. Met kip uit de supermarkt had ik dat nooit gedaan, nu wil ik er echt iets bijzonders van maken.’

    Ook het Amsterdamse innovatieve kantoor Spring House deed mee: ‘Er waren bij ons op kantoor een aantal mensen die het er echt niet mee eens waren dat we de kippen gingen slachten. Dat zorgde voor heftige gesprekken.’ Ze aten de doehetzelfkip met patat en appelmoes samen op. Dat zorgde voor veel gesprekken over het eten van vlees, vertelde deelnemer Sem Roefs al op Facebook: ‘Normaal gesproken moeten vegetariërs uitleggen waarom ze geen vlees eten. Maar voor deze ene keer heb ik mij als vleeseter moeten verantwoorden waarom ik vlees eet.’

    Slotbijeenkomst.

    Bewustwording

    Bij het proces waren twee boeren betrokken: Jan van den Broek en Corné Ansems. Zij stonden de deelnemers met raad en daad bij. De twee boeren kregen zo tijdens het project steeds feedback van de deelnemers; ze hoorden wat het uitbroeden, opfokken en slachten van de kippen met de deelnemers deed. ‘Het project is vooral waardevol gebleken in termen van bewustwording’, vertelt Wim Coenraadts van de Landbouw Innovatie Campus. ‘De deelnemers hebben een dieper besef van wat er allemaal voor nodig is voor kippenvlees, en vooral dat vlees niet iets vanzelfsprekends is. Aan het vlees dat ze zouden gaan eten, ging immers leven vooraf. Dat leven is tegenwoordig volstrekt geanonimiseerd; de opgroei en slacht zien we niet meer, alleen het stukje vlees in een stukje folie.’

    ‘We hebben als overheid ervaren dat zo’n designtraject aanzienlijk meer losmaakt dan je op voorhand denkt’, vervolgt Coenraadts. ‘Vooral op de sociale media ging het bij tijd en wijle los. Zo wilde de Partij voor de Dieren dat de deelnemers ermee stopten. Wie de kip liet adopteren, kreeg het gewicht terug in plantaardige kipnuggets.’

    Concreter en dichterbij

    Toch heeft de doehetzelfkip door de vorm en de uitwerking ervan de vraagstukken rondom vlees veel concreter gemaakt’, aldus Coenraadts. ‘Ook voor ons als overheid, als opdrachtgever voor dit traject. De feedback raakte ook ons en bracht ons soms in gevoelige situaties met onze stakeholders. Alles bij elkaar opgeteld helpt het ons nog beter te begrijpen waar in gevoelige zaken instemming en weerstand zit, en de ruimte te zien voor verdere beweging.’

    Jan van den Broek wil de ontwikkelde kist met materialen voor de doehetzelfkip blijven gebruiken om zijn bedrijf onder de aandacht te brengen bij consumenten. Corné Ansems denkt nog na over hoe hij het aspect van de slacht een meerwaarde kan geven voor het vlees dat hij in zijn boerderijwinkel verkoopt. Mogelijk dat de kist daar in de toekomst ook een rol in gaat spelen.

    Meer lezen en kijken

    Over het project zijn verschillende berichten in media verschenen. Het AD volgde het gezin Beks. Omroep Brabant was bij de slacht van de kippen van een deelnemer aanwezig (video). Foodlog was aanwezig bij de afsluitende bijeenkomst. Binnenkort verschijnt in Volkskrant magazine nog een reportage over het project. Op de website, Facebook en Twitter van doehetzelfkip is het hele project nog eens na te lezen.

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Doehetzelfkip weekt discussie los

    Keurig verpakt liggen ze in de supermarkt, de anonieme hamburgers, worstjes, koteletjes. Je zou bijna vergeten dat het ooit een dier was. Dat de slacht hoort bij jouw karbonaadje en kippendijtje. Doehetzelfkip brengt daar verandering in. 178 mensen willen het beleven: van ei naar kipfilet.

    Volgende week ontvangen zes consumenten een kist met daarin alles om in 9 weken van ei tot kipfilet te komen: van bevruchte eieren en een broedmachine tot voer, een hok en slachtset. De Doehetzelfkip verscheen de laatste dagen al veel in de media. Er wordt veel over gepraat. En dat is precies de bedoeling: via gesprekken mensen bewuster maken.

    Kuikentjes in de broedmachine.

    Slachten hoort erbij

    Zouden consumenten meer voor het vlees dat ze bij ons kopen willen betalen als wij de dieren op eigen erf gaan slachten? Dat was de vraag van twee boeren aan de Landbouw Innovatie Campus, het initiatief van FoodUp! Brabant om boeren op een ontwerpende manier aanvullingen op hun verdienmodel te leren ontwikkelen. Maar dan moet je eigenlijk eerst weten hoe de consument de slacht ervaart, vonden designers Vera Bachrach en Sascha Landshoff (die je nog kent van de Tostifabriek). Want de voedselketen mag dan misschien steeds transparanter worden, de slacht is dat nog zeker niet.

    Het was 2017 en de kranten stonden net vol verhalen over slachthuisschandalen. Vera: “Het publieke debat werd toen heel emotioneel gevoerd. Iedereen viel over zo’n misstand heen. Logisch. Maar we wilden graag de discussie minder emotioneel maken. Want de slacht zelf is iets normaals, en dat vergeten mensen ook.”

    Het kuiken groeit.

    Afstand nodig

    Designers en boeren waren het erover eens: we moeten mensen zelf de slacht laten ervaren. De Doehetzelfkip was geboren.
    Een simpel concept. Maar zelf je kip doden: dat is heel erg moeilijk, zelfs voor boer Jan van den Broek van bioboerderij ’t Schop (Hilvarenbeek). Je hebt afstand nodig om jezelf te beschermen. Ook Jan huilt als hij zijn hond moet laten inslapen, maar met zijn koeien heeft hij een andere band, vertelt hij op Radio 1: een mentale voorbereiding dat het dier een keer naar de slacht moet. “Het probleem is vaak dat mensen landbouwhuisdieren als een hond of zo zien. Je hebt de veeindustrie waar het dier een anoniem product is. Maar ook mensen die een dier bijna als een kind beleven. Alleen moet je deze kip niet op die manier benaderen. Je moet je niet op die manier hechten aan het dier.”

    3 weken oud.

    Respect

    Hij slaat de spijker op z’n kop: enerzijds de anonimiteit van de huidige vleesindustrie, anderzijds het gemak waarmee we ons aan dieren hechten. Uiteindelijk draait dit project om respect voor het dier dat je opeet. Het besef dat vlees iets kostbaars is en dat je een verantwoordelijkheid hebt goed voor het dier te zorgen. Vera: “Ik hoop dat het gesprek echt op gang komt. Maar ik hoop ook dat consumenten op een andere manier met boeren in contact komen. Dat we zien wie al ons voedsel produceert.”

    Doehetzelfkip bouwpakket.

    Volg doehetzelfkip

    Tot 22 maart kon je je aanmelden. Uit de 178 reacties kiezen boeren Jan (Hilvarenbeek) en Corné Ansems (Hoogeloon) elk drie kandidaten. Deze zes mensen worden intensief begeleid. Ook de slacht gebeurt onder professionele begeleiding. Vera doet komende weken verslag van het project op doehetzelfkip.nl

    Luister het interview met Jan van den Broek terug (NPO Radio 1, zaterdag 17 maart, 09.18 uur).

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Schuif aan voor een diner met een Plus

    Hoe geef je producten een wow-effect? Boeren van de Landbouw Innovatie Campus hebben ideeën en willen die graag bij jou testen. Schuif 24 oktober aan de Plus1-tafel aan en help boeren al etend verder!

    Aardappelen die de Opperdoezer doen vergeten of paté waarvan je denkt ‘ja, dát is nou echt paté’. In de Landbouw Innovatie Campus zoeken boeren samen met ontwerpers en kunstenaars naar onderscheidendheid. Tijdens het Plus1-diner voegen ze aan elke gang iets bijzonders toe; producten waaraan ze een Plus hebben toegevoegd.

    Is smaak helemaal jouw ding, ben je gepassioneerd thuiskok, marketeer, ontwerper-in-de-dop of gewoonweg liefhebber, dan zien we je graag aan de Plus1-Tafel. De boeren zijn reuze benieuwd naar jouw oordeel en advies: wat verwacht jij van een product? Doen behalve smaak ook de looks of de beschikbaarheid er toe? Je mag ’t allemaal zeggen aan de Plus1-tafel! Zo help je de boeren weer een stapje verder.

    Er is plek voor 60 enthousiastelingen, dus meld je snel aan.

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Zoektocht naar het extra ingrediënt

    Van minder meer maken: dat was het doel van kunstenaar Tabo Goudswaard en zijn boeren in de Landbouw Innovatie Campus. Een zoektocht naar het speciale ingrediënt.

    “Het was te gek!” Glinsterende ogen zag hij bij boeren aan tafel. “Boeren zijn heel open, nieuwsgierig. En ze werken met hun hele ziel en zaligheid: wat ze doen is wat ze zijn. Wat dat betreft lijken ze ook wel op kunstenaars. Daardoor klikt het ook zo goed, denk ik.”

    De passie van boeren maakt verandering ook juist weer moeilijk, denkt kunstenaar Tabo Goudswaard, want je bent deel van het verhaal. Als social designer werkt hij vooral aan dit soort moeilijke maatschappelijke vraagstukken. Kunstenaars en ontwerpers denken anders, vinden andere dingen belangrijk. En kunnen vage ideeën – dáár wil ik wat mee – concreet maken.

    Naar minder met meerwaarde

    Tabo maakte voor de Landbouw Innovatie Campus samen met Design Academy-studenten Cecile Espinasse en Bich Quang Tran en een drietal boeren prototypes binnen de denkrichting ‘Less is More’. Een typische uitspraak in de kunstwereld. Maar het past ook heel goed bij de agrofood. “Lang was de dominante strategie: we willen zo grootschalig en efficiënt mogelijk produceren. Dat heeft ons veel goeds gebracht, maar voor veel bedrijven is het nu een doodlopende weg.”

    “Er kwam meer waardering voor hetzelfde product door het toevoegen van één ingrediënt: aandacht.”

    Terug naar minder dus. Dat werkt als je extra meerwaarde kunt koppelen aan je product. “Kijk naar het wortelexperiment van februari: het scenario waarin mensen weinig wortels kregen, vond het publiek het meest aantrekkelijk. Er kwam meer waardering voor hetzelfde product door het toevoegen van één ingrediënt: aandacht. We zijn dus op zoek gegaan naar die ingrediënten. Dat kan heel simpel zijn: je waardeert een appeltaart van je oma meer dan een appeltaart uit de supermarkt. Maar er zijn ook ingrediënten die minder voor de hand liggen.”

    Drie ontdekkingsreizen

    Een ontdekkingsreis, noemt hij het. “Minder + 1 is dan het startpunt. Voor mij is het ook een verrassing wat eruit komt. Ik probeer vragen zo te stellen dat de kans op inspirerende uitkomsten het grootst is. Als die nieuwe ontdekkingen er dan ook echt komen, dan is dat het allermooiste.”

    Tabo zat aan tafel met Henri van den Boomen, Martijn van Overveld en Rob Denissen. Boer Henri wilde zijn +1 ingrediënt ‘iets goeds doen’ graag koppelen aan de verkoop van eieren vanaf zijn bedrijf. Klanten mochten kiezen welke tegenprestatie Henri moest uitvoeren bij de aanschaf van een doosje eieren: van ‘een knuffel aan zijn moeder’ tot poëzie voorlezen in de kippenstal.

    De aardappelen van Martijn zijn op een specifiek moment in het seizoen het lekkerst. De consument kan ze nu niet kopen. Via een veiling wilde hij dit ‘exclusieve’ product (+1) naar zijn klanten ontsluiten – direct contact (+1) en een unieke beleving (+1).

    Boer Martijn op zijn aardappelveld.

    Meer kennis en betrokkenheid waren de +1 ingrediënten die koeienboer Rob wilde onderzoeken. Hij bedacht een spaaractie om consumenten bewust te maken van wat nodig is voor een product. Van tankwagenchauffeur tot dierenarts: iedereen die een rol speelt in de totstandkoming van zijn product zette hij op de foto. Consumenten konden een dankkaartje terugsturen.

    Veearts, bedankt!

    De dromen van een boer

    Drie tests dus. Maar je moet veel prototypes testen, weet Tabo. “Het gaat met vallen en opstaan totdat je weet: dat element, en die aanpak, daar kan ik echt iets mee.” Een tijdrovend proces, maar heel waardevol, vindt hij. “Beleid en politiek richt zich vaak op ‘de boer’, alsof de hele groep hetzelfde is. Maar het onderzoeken van de toekomst gaat over individuele boeren, over hun eigen dromen, hun ambities. Dat vraagt om praktijkgerichte begeleiding op maat. Het is mooi dat dat hier kan.”

    De ambitie is om vanuit het LIC een lerend netwerk op te zetten, zodat ook andere boeren met individuele vragen aan de slag kunnen.

    Benieuwd wat de andere kunstenaars en boeren hebben gedaan? Kijk op landbouwinnovatiecampus.nl

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Meerwaarde voor boer en burger

    De boer die grootschalig pootaardappels teelt weet dat juist de kleintjes super lekker zijn, mits je ze oogst op een specifiek moment in het seizoen. Hoe kan hij dit verwaarden? Tijdens de Landbouw Innovatie Campus ontdekken we samen de verborgen kwaliteiten van boeren én onderzoeken we welke kennis nog mist.

    De afgelopen maanden gingen ontwerpers samen met studenten aan de slag met vragen zoals die van de aardappelteler: wat kunnen we toevoegen aan een product zodat we het meer gaan waarderen? De ontwerpers kregen daarbij de opdracht: denk exclusief maar niet in financiële zin. Wel zoeken naar meerwaarde zonder dat het duurder wordt. De ideeën werden getest bij twee uitersten: mensen van een buurttuin in Tilburg – een sociale groep met vaak een minder grote portemonnee – en bij een groep hippe foodies.

    De resultaten hoor je 8 juni, tijdens de derde publieke bijeenkomst van de Landbouw Innovatie Campus. Pieter de Boer, betrokken vanuit FoodUp! Brabant, blikt terug op het traject tot zover.

    Even terug naar tweede publieke bijeenkomst

    Het mooiste experiment op 2 februari, tijdens de tweede publieke bijeenkomst, vond hij het wortel-experiment, ook wel less is more genoemd. Twee groepen van vier mensen kregen wortels voorgeschoteld. De eerste vier – met uptempo muziek in hun oren – moesten snel hun wortel verorberen. De andere vier kregen de instructie: eerst kijken, dan eens ruiken, een likje, een klein hapje proeven. Twee heel verschillende ervaringen. Het publiek kreeg de vraag: voor welke ervaring kies jij? Bijna iedereen koos voor de langzame ervaring. Pieter: “En dus stelden wij de wedervraag: Als we dat langzame waarderen, waarom doen we nu dan allemaal iets anders?”

    Het wortel-experiment tijdens de tweede publieke bijeenkomst.

    Het wortel-experiment kwam er dankzij de creatieve input van studenten van de Design Academy. Zij presenteerden die avond nog drie andere ideeën. De honderd aanwezigen – boeren, burgers, vertegenwoordigers uit de sector – gingen over deze ideeën in gesprek: wat kan ik zelf doen of bijdragen? Uit de verschillende ideeën – rijp en groen – werden er vier gedestilleerd. Die vier ideeën hebben de ontwerpers nu getest.

    Lees het verslag >

    Vraag boer staat centraal

    Pieter kijkt positief terug op het traject tot zover. Wat is het mooie? “Niet beleid of lobby is sturend, maar de intrinsieke vragen van de boer staan centraal. Dat zijn andere vragen dan je verwacht, je moet eerst zoeken naar de vraag achter de vraag. Dan blijkt dat je andere oplossingen nodig hebt dan nieuw beleid. We moeten dit veel vaker doen. Het kost eerst misschien extra tijd, al die sessies, maar straks is de impact ook veel groter.”

    8 juni: welkom!

    Wil je weten hoe het met de aardappelboer is afgelopen? Kom 8 juni naar de derde publieke bijeenkomst in de CHV Noordkade in Veghel. Ontwerpers en boeren vertellen over hun ervaringen. De vier onderwerpen: less is more, voorbij het vooroordeel, alleen nog eigen regio (mét serious game) en de doe-het-zelf-kip. Het hele programma vind je in onze agenda.

    In het tweede deel van de avond willen we graag met jou opnieuw in gesprek: hoe gaan we deze pilots echt verder implementeren?

    En dan? Er wordt al nagedacht over een vervolg, verklapt Pieter: grotere en kleinere Campus Cafés waarin we nadenken hoe we allemaal lessen kunnen trekken uit dit soort particuliere vragen.

    Lees alles op landbouwinnovatiecampus.nl >

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Nieuwe manieren van kijken

    De Landbouw Innovatie Campus beleefde op 2 februari zijn tweede publieke sessie. Studenten van de Design Academy hebben nieuwe manieren van kijken uitgewerkt en gepresenteerd.

    Bekijk hier de terugblik:

    De vier ideeën betekenen in het kort het volgende:

    1. Less for More

    We zijn gewend dat voedsel in overvloed beschikbaar is. We willen steeds meer voor minder. Maar hoeveel waarde kan een wortel krijgen als we heel bewust gaan eten? Minder wordt meer!

    2. Food for Thought

    We weten de feiten over vleesconsumptie (milieu, dierenwelzijn, antibiotica), toch handelen we er niet naar. Een stand-up comedian belichtte onze massaconsumptie van vlees, en waarom we de problemen toch serieus zouden moeten nemen.

    3. Forced Local

    Voedsel moet weer lokaal verbouwd en geconsumeerd worden, is voorstel drie. De consument weet wie de boer is en waar ons voedsel vandaan komt. We zouden alles moeten produceren en consumeren binnen de provincie. Wat betekent dat voor de voedselzekerheid?

    4. Mascotte Pesty

    Niet alleen de consument in de stad, ook die op het platteland weet steeds minder over voedselproductie. Enerzijds wil de boer de consument graag naar het erf halen, anderzijds is hij beducht voor negatieve vooroordelen als stank en gezondheidsrisico’s. Mascotte Pesty neemt het op voor de boer!

    De volgende stap: het testen van de ideeën.

    Meer lees je op landbouwinnovatiecampus.nl >

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Samen voor de boer van morgen

    De landbouw verandert, de consument verandert. De Landbouw Innovatie Campus, een mede-initiatief van FoodUp! Brabant, helpt boeren de weg naar morgen te vinden. Via een nieuwe, creatieve aanpak. En daarbij kunnen we jouw hulp goed gebruiken!

    In de toekomst hebben we boeren nodig die innovatief en duurzaam zijn, oog hebben voor hun omgeving en daar zelf ook een goed belegde boterham aan weten over te houden. Die boeren komen er niet vanzelf. Om de boer van morgen dichterbij te brengen maakt de Landbouw Innovatie Campus gebruik van ontwerpdenken: out-of-the-box en experimenterend.

    Bestaande systemen loslaten

    Met design thinking probeer je iets dat vast zit een twist te geven. Je laat bestaande systemen los. In plaats daarvan neem je het dagelijks leven van mensen als uitgangspunt, de boeren, consumenten.

    Design thinking werd onder andere in Amsterdam toegepast rond een bouwput van een groot infrastructuurproject. Er werd een soort nieuwe micro-economie gecreëerd waar studenten de bewaking deden en een fotograaf rondleidingen gaf. Zo hadden omwonenden niet langer alleen maar last van de bouwoperatie, maar werden ze er deelgenoot van en verdienden ze er in sommige gevallen zelfs aan.

    Van thema’s naar paradoxen

    De Landbouw Innovatie Campus begon in de zomer van 2016. Er zijn al verschillende sessies geweest, met trendwatchers, designdenkers, studenten, boeren en consumenten. Twee thema’s keerden terug: de vergeten consument (het verdwenen contact tussen boer en consument), en de vergeten waarde (wat verliezen we als we boeren verliezen?).

    Daarop werden paradoxen benoemd, schijnbare tegenstellingen die onbewust gewenste oplossingsrichtingen kunnen hinderen. Bijvoorbeeld: boeren produceren voor de wereldmarkt, maar hebben helemaal geen contact met die wereldmarkt. Of: mensen in de stad staan verder af van de landbouw, maar maken zich er wel het meeste druk om.

    Nu: anders naar boeren kijken

    Vanuit het inzicht dat paradoxen je in de weg kunnen staan hebben studenten van de Design Academy Eindhoven nieuwe frames gemaakt om als consument anders tegen boeren aan te kijken. Hopelijk helpen die om de afstand tussen boer en consument te verkleinen en diezelfde boer en zijn producten extra kansen te bieden. Of dat zo werkt willen we graag op 2 februari met jou bespreken. Iedereen is welkom. Want iedereen is consument, en juist andere mensen kunnen weer zorgen voor nieuwe input.

    Heb jij hart voor onze voedseltoekomst en laat je graag je brein kraken? Kom dan op 2 februari naar Restaurant van Aken in Den Bosch. We hebben je er graag bij!  Meld je aan via www.landbouwinnovatiecampus.nl via de ‘Ik doe mee! button’.

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *