Voor duurzamer voedselsysteem moet hele keten in beweging komen

De druk van ons voedselsysteem op de leefomgeving kan dalen door duurzamer te eten, minder voedsel te verspillen en efficiëntere en zorgvuldiger productie. Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in haar rapport 'Dagelijkse kost'. De partijen in de keten hebben elkaar daarbij nodig.

De winst van een duurzamer voedselsysteem voor de leefomgeving kan oplopen tot een derde, door minder uitstoot van broeikasgas en minder landgebruik. Maar dan moet wel de hele voedselketen in beweging komen, inclusief de overheid, concludeert het planbureau.

Die constatering vormt tegelijkertijd een oproep aan overheden om werk te maken van meer samenhangend voedselbeleid. ‘Als voedselbeleid, landbouwbeleid en natuurbeleid elkaar aanvullen, zonder elkaar te verdringen, kunnen overheden de andere partijen in het voedselsysteem ondersteunen. Boeren, verwerkers, retailers, natuurbeheerders en consumenten kunnen zo stappen zetten richting een duurzamer voedselsysteem’, schrijven de opstellers.

Tabel 5.2 uit PBL-rapport Dagelijkse kost (2019)

Overheden spelen sleutelrol

Overheden spelen in een voedselsysteem een sleutelrol doordat zij de randvoorwaarden en spelregels opstellen waarbinnen bedrijven en consumenten voedsel produceren en consumeren. Beleid dat past bij het voedselsysteem is systeembewust beleid, stelt het PBL. Dat is stapsgewijs beleid met visie: door het zetten van opeenvolgende kleine stappen gericht op het verbinden van de korte en lange termijn, wordt langzaam maar zeker bewogen richting een gezonder en duurzamer voedselsysteem.

De vijf aandachtspunten voor systeembewust voedselbeleid, gericht op een duurzamer voedselsysteem zijn:

  1. Een duidelijke visie met open oor en oog voor verschillende perspectieven
  2. Verbinden van korte- en langetermijnbeleid geeft richting
  3. Complexiteit vraagt om goede monitoring
  4. Complexiteit vraagt om experimenten
  5. Veel kleinere stappen op meerdere fronten tellen uiteindelijk op

Met complex wordt hier bedoeld dat de verschillende deelsystemen (biofysisch, economisch en sociaal) op elkaar reageren en elkaar beïnvloeden.

Duurzaam heeft verschillende waarden

Het PBL schrijft verder dat beleidsmakers er ook rekening mee moeten houden dat duurzaam een waarde-geladen begrip is. Mensen vinden verschillende dingen belangrijk aan voedsel en maken op basis daarvan verschillende keuzes. Voor de een heeft duurzaam te maken met eerlijke handel en de leefbaarheid op het platteland, voor een ander met voedselveiligheid en dierenwelzijn. Niet alle waarden kunnen tegelijkertijd (volledig) verwezenlijkt worden; soms conflicteren ze. Denk aan dieren die buiten lopen en broeikasgasemissies uit mest. Het planbureau onderscheidt acht waarden rond voedsel: schone technologie, lokaal, eerlijke handel, klimaatverandering, lekker en goedkoop, gezondheid, biodiversiteit en dierenwelzijn.

Foto: Ekenitr (CC BY-NC 2.0)

Landvoetafdruk voedsel

Om een Nederlander een jaar lang van voedsel te voorzien is er gemiddeld ongeveer 0,18 hectare land nodig. Dit noemen we de landvoetafdruk van de Nederlandse voedselconsumptie. Daarnaast is er land nodig voor de productie van andere goederen, zoals kleding en textiel, hout en papier, biobrandstoffen. In totaal is voor de Nederlandse consumptie bijna een halve hectare land per persoon per jaar voor nodig. Voedselproductie heeft daar met 38 procent het grootste aandeel in.

Wil je via het eten op je bord bijdragen aan een schoner milieu, dan zijn volgens het PBL de twee belangrijke stappen een duurzamer eetpatroon aanwennen en minder eten verspillen. Een duurzamer eetpatroon (met onder andere minder vlees en dranken en meer groente en fruit) is voor de gemiddelde Nederlander ook een gezonder eetpatroon.

Aanmoediging

FoodUp! Brabant ziet het rapport als aanmoediging om met haar werk door te gaan, ervaringen op te doen en verder te leren. FoodUp! is al jaren actief op drie van de vier aangrijpingspunten voor een duurzamer voedselsysteem (duurzamer eten, minder voedselverspilling en zorgvuldiger productie). Denk aan FoodHeroes, dat zich richt op minder verspilling. Het team laat ook al jaren de waarde van experimenten zien en van kleinere stappen op meerdere fronten.

Bij de presentatie stelde PBL-directeur Hans Mommaas verder dat verdienmodellen voor boeren zich ontwikkelen zich op driesprong voedsel-leefomgeving-landbouw. Wim Coenraadts van de Landbouw Innovatie Campus kan het daar alleen maar mee eens zijn. ‘Er doen zich in Brabant echt kansen voor door ontwikkelingen op het gebied van voedselproductie te verbinden aan landschappelijke inrichting.’ De LIC zet daar met Landschapsplan Kempendalen bijvoorbeeld al stappen in.

Het rapport ‘Dagelijkse kost. Hoe overheden, bedrijven en consumenten kunnen bijdragen aan een duurzaam voedselsysteem’ verscheen op 16 april.

Het Planbureau voor de Leefomgeving maakte op basis van het rapport ook een zeer toegankelijke website rond de vraag ‘Kan ons voedsel duurzamer worden?’ Je kunt daar ook de impact van verschillende menukeuzes bekijken en vergelijken.

 

(foto uitgelicht/header: Rikolto, CC BY-NC-ND 2.0)

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.